Clara kwam 5 weken te vroeg omdat ik zwangerschapsvergiftiging had. Na een grote week op de neonatale dienst van het kleine ziekenhuis, kregen we een verontrustend telefoontje…

Omdat dit het grootste verhaal is, heb ik besloten om het op te delen in kleinere stukken. Voor mij minder zwaar om te schrijven, voor jullie minder lang om te lezen.

Na een verschrikkelijk beangstigend telefoontje, spoeden we ons richting het grote ziekenhuis, zonder te weten in welke toestand we onze dochter zouden te zien krijgen.

Clara en het grote ziekenhuis: de aankomst

Ongerust, misschien een tikkeltje paniekerig, rijden we naar het grote ziekenhuis om Clara op te wachten. Deze weg lijkt zoveel langer dan normaal, de zon schettert op de vooruit en alles lijkt in slow-motion te bewegen.

We parkeren op een gigantisch parkeerveld en het voelt alsof we wel een half uur moeten wandelen naar de ingang. Ik was er van overtuigd dat Clara er al zou zijn, zo traag verliep de tijd in mijn hoofd. We komen binnen in een enorme inkomhal en gaan op zoek naar de neonatologie.

Alleen heet dat hier NICU. Neonatal Intensive Care Unit. Hier is het menens.

Ok, we moeten op het zevende zijn. Muisstil en constant de zenuwen wegslikkend, nemen we de lift naar boven. Voorzichtig en stapvoets gaan we door de dubbele deuren, weg van de materniteit, richting NICU.

Daar is een groot bureau, wel de grootte van de hele neonatale dienst van het kleine ziekenhuis, en een deur met een raam naast, waar achter ik een lange gang zie. Nu dringt het echt door dat we in het grote ziekenhuis terecht gekomen zijn. Geen gezelligheid, geen knusse kamertjes, maar wel efficiëntie, steriliteit en professionalisme.

Het grote bureau lokaal is omgeven door glas en er is een wachtzaaltje, met lockers zoals in het zwembad. We kloppen op het glas en met een krop in mijn keel vraag ik naar mijn dochter.

‘Clara Vandierendonck? Ligt die hier?‘ de bediende draait zich om en vraagt het nog eens na aan haar collega, ‘Ja, er is er nog eentje onderweg, ik geloof dat ik die naam herken.’

Dus ze is er nog niet? Nog meer zenuwen! We krijgen een kaartje om gratis op de parking te kunnen staan zolang Clara hier verblijft (efficiënt hé) en we worden gevraagd om aan de lockers te wachten.

Wachten is niet mijn sterkste kant. En al helemaal niet als ik zenuwachtig of bezorgd ben. Ik zit te wriemelen op mijn stoel, loop wat heen en weer en ga weer wriemelen op een andere stoel. Mijn gedachten draaien op volle toeren, ‘Zouden we toch niet beter tegen rijden? Zou er iets gebeurd zijn onderweg? Ze zag er toch zo goed uit gisteren? Wat is er nu toch veranderd plots?’

Na wat aanvoelde als een eeuwigheid, horen we voetstappen en wielen. De dubbele deuren gaan open en daar is ze. In een gigantische mobiele couveuse met een stuk of 3 begeleiders in fluo pakjes. Ik probeer haar te zien, maar ze schermen haar af. Ze lopen gewoon langs ons naar de bediende en melden Clara aan. Tom en ik proberen nog steeds dichter te komen, maar het is best intimiderend met al die ambulanciers en die couveuse. Het ziet er een beetje een ruimtetuig uit, een mini-rakket.

Eindelijk worden we aanvaard als de ouders en mogen we de couveuse volgen door de deur met het raam. Clara wordt direct door de gang gerold, naar voor ons onbekend terrein, maar wij worden tegen gehouden. ‘Het is best dat je in de ouder-kamer wacht tot Clara geïnstalleerd is. Dat is niet iets wat je wil zien en zo krijgt de verpleging de ruimte om alles te doen wat nodig is.’ (Zucht, moet ik haar nu weer achterlaten?)

De ouderkamer. Dat is pas steriel. 2 witte vriezers, een witte zetel en een tv, een witte tafel met witte stoelen aan en een wit keukentje met een microgolfoven. De sterilisatie-sets voor kolfbenodigdheden liggen al klaar. Hier en daar hangt een inspirerende quote of foto’s van kindjes die heel erg klein geboren werden en toch veilig thuis geraakt zijn. Enkele gigantische ramen kijken uit op een wat lagergelegen dak of een soort binnenplein.

We proberen rustig te zitten en wachten onze tijd af. Wat duurt dat toch ongelooflijk lang! Er komt een dokter praten met ons om wat uitleg te geven, maar ik begrijp er niet te veel van. Mag ik nu bijna naar mijn dochter? Maar neen, ze zijn nog steeds bezig met het installeren.

Nog meer wachten dus.

Eindelijk komt iemand ons halen en mogen we ook de lange gang door. Om ons heen hangen honderden foto’s van enorm kleine prematuren (24 weken, 30cm en 680gram ofzo?!) en hoe ze groeiden en hoe ze er na een jaar uitzagen. Allemaal heel bemoedigend, maar ik besef ook dat diegene die het niet halen, hier geen fotootje hangen hebben.

Het lawaai begint luider te worden en om de eerste hoek zien we al couveuses en bedjes staan. Voor we de zaal binnen mogen, moeten we onze handen ontsmetten. Dat kennen we nog van het kleine ziekenhuis en de geur van de ontsmettingsalcohol begint iets geruststellends te krijgen. Nu mag ik mijn dochter zien.

We komen binnen in een gigantische zaal met een groot verplegingseiland. Een soort kamer binnen de zaal, met verschillende glazen gedeeltes waar dokters achter computers zitten. En er zijn verschillende ‘balies’, waar de verpleging kan werken en ondertussen de couveuses van hun gedeelte in het oog kunnen houden. Wij lopen een hele boel couveuses voorbij, waar echt ini-mini baby’tjes in liggen.

En de alarmen slaan hier om je oren.

In het kleine ziekenhuis spraken ze van ‘ijskar-alarmen’, dat wil zeggen dat het niet zo erg is en het waarschijnlijk een slecht contactje was, dat we het wel zouden horen als er een echt alarm af ging. Maar die hadden we dus nooit gehoord, tot we hier aankwamen.

Een luid en beangstigend alarm gaat af en onmiddellijk komen meerdere verpleegsters aangelopen om te reageren.

We liepen zeker 10 couveuses voorbij, wanneer we eindelijk te horen krijgen dat deze de onze is.

Clara kreeg haar eigen ‘box‘, eigenlijk gewoon 2 muren van zo’n 2 meter hoog die haar afscheiden van de couveuses naast haar. Waar enkele kastjes zijn en een zetel en wat extra stoelen voor de ouders. Verder is alles open… efficiënt waarschijnlijk wel, maar gezellig of uitnodigend is wat anders. We voelen ons onmiddellijk een nummertje in de rij wanneer een verpleegster de dokter voorstelt. Hij legt nog eens uit wat er aan de hand is met Clara en er wordt een mapje aangelegd met haar gegevens.

Eindelijk krijg ik haar te zien en mijn hart breekt.

Ze ziet er zo moe uit, haar vel hangt precies wat losser en ze is zo bleek. Je ziet haar duidelijk moeite hebben met ademhalen. Mijn kleine meid, die het gisteren nog zo goed deed, die eindelijk in een echt bedje lag, ligt daar nu af te zien.

Ik weet niet eens of ik haar mag aanraken.

Mijn toen al fragiele wereld stort in.

Ik hoor niets meer en heb alleen oog voor haar.

Mijn kleine lieve meisje.

Opnieuw helemaal alleen in de couveuse.

Tussen al die beangstigende alarmen.

Aan het afzien.

*snik*


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *