Zoals ik al zei bij mij bevallingsverhaal, zijn er sommige verhalen die je niet kort en bondig kan vertellen, zonder ze in eer af te doen. Meer nog, Clara’s verhaal voor ze voor het eerst naar huis kwam, is lang en vol plot-twists.

Dit is het eerste deel, toen Clara nog in het ziekenhuis lag waar ze geboren werd, toen alles zo vreselijk erg leek, maar eigenlijk best mee viel, want het moeilijkste, dat moest nog komen…

Clara en het kleine ziekenhuis

De eerste dagen dat Clara in het ‘kleine‘ ziekenhuis lag, lag ik er ook nog. In België krijg je als moeder 3 dagen om te rusten en te bekomen van de bevalling (tenzij je een keizersnede had, dan is het 5 dagen geloof ik) en daarna ga je op weg met je kleintje en je partner, op naar je nieuwe leven als mama.

Helaas liep het zo niet voor ons, en moest Clara in een couveuse liggen.

Elke dag ging ik op en af naar haar en elke dag merkte ik dat ik fysiek wat gezonder werd.

Ik liep nog steeds op mijn blote voeten, want het vocht van de zwangerschapsvergiftiging had even tijd nodig om uit geplast te worden. Dus telkens weer, in mijn pyjama (want een gewone broek paste nog niet), op mijn blote voeten (want zelfs slippers pasten niet) op weg naar Clara. Naar’t schijnt zijn niet veel moeders zo snel na de bevalling al zo kwik weer op de been, maar ik had een goede motivatie om veel te bewegen.

Elke voeding van 7u tot 22u was ik er, om er tenminste bij te zijn als ze verzorgd werd of te eten kreeg, maar ’s nachts hadden ze liever van niet, want ‘mama heeft ook slaap nodig’ en Tom probeerde er voor minstens 2 ook te zijn, waardoor ik mij na een tijdje meer op mijn gemak voelde op de Neonatale dienst dan in mijn kamer. (Zeker als die kamer alweer eens vol zat met bezoek, erg lief bedoeld, maar nu even het laatste van mijn zorgen.)

img_0224-1

Dit hing aan Clara’s couveuse

Dit kleine ziekenhuis heeft iets familiair vind ik.

Het is hier best gezellig en de neonatale dienst is klein en daardoor heeft het ook een mindere steriele sfeer dan je zou denken. Alles is er dicht bij elkaar, dus ook al heb je er niet echt privacy (op 2 kleine kamertjes na), het voelt na een tijdje wel lekker knus aan. Er staan een vijftal couveuses met een doek over naast elkaar en op het moment dat Clara er binnen kwam, was er maar 1 andere bezet. Het bureau gedeelte is er open en er is altijd minimum één vroedvrouw aanwezig, vaak met een piepkleine baby bezig. In de kamer ernaast staan enkele stoelen, een bedje of 2, met kindjes die al wat verder zijn en waarschijnlijk snel naar huis zullen mogen (Dat wordt ons eerste doel, dat kleine bedje) en 2 deuren naar super kleine kamertjes met elk 2 zetels, een wastafel en een verzorgingskussen.

De eerste dagen mocht Clara nog niet veel uit haar couveuse.

Ze had het nog moeilijk om haar temperatuur op pijl te houden, en in de couveuse is het lekker warm. Maar de vroedvrouwen merkten al snel dat ik graag voor haar zorgde en dat ik er niet van terug schrok om te doen wat er moest gebeuren. Dus tegen de tweede dag lieten ze de verzorging al volledig aan mij over. Behalve dan dat ze constant op mijn vingers staan te kijken. 

Ik mocht om 7u gaan om haar te wassen, pamper te verversen en verse kleertjes aan te doen. Er is zelfs een lade onder in de couveuse waar ik haar persoonlijke spulletjes kwijt kan, zodat het toch ook voor haar wat bekend bleef. (Wist je dat een pasgeboren baby de geur van de moeder herkent? Daarom promoten ze zoveel mogelijk contact en eigen spulletjes op de neo!) En elke voeding mocht ik haar proberen een flesje te geven. En toch vond ik dit een zeer moeilijke periode.

img_0149

Clara’s eerste badje mocht ik niet eens zelf geven.

Er was geen enkel moment dat ik alleen was met mijn kleine meid.

Het is er gezellig, maar het is ook erg klein. Nergens heb je het gevoel dat je even alleen bent en overal het gevoel dat iedereen je in de gaten houdt. Ik kon haar niet knuffelen zonder me bekeken te voelen, er was altijd wel iemand die meekeek hoe ik haar verzorgde en ik kreeg, naar mijn gevoel, de kans niet om haar volledig te bewonderen. Nu nog steeds heb ik het gevoel dat ik iets gemist heb in die eerste dagen na de bevalling; het constant kunnen staren naar je slapende baby tot het doordringt dat JIJ dat kleine wonder gemaakt hebt. Elke centimeter van haar huid aanraken en verkennen, mentale foto’s nemen van hoe ongelooflijk lang haar wimpers eigenlijk zijn, of hoe haar ene neusgaatje wat kleiner is dan het andere, maar ook, jezelf en je partner gaan zoeken in haar gezicht. Het heeft maanden geduurd voor ik besefte dat ik dat miste en nu nog steeds zit ik soms te staren naar haar alsof ze net geboren is.

Daar bovenop was Clara absoluut geen fan van flesjes. Elke dag moest ze wat meer drinken en elke dag dronk ze ook meer, maar ze kon niet mee op het tempo die het ziekenhuis haar oplegde. Dus kreeg ze een maagsonde gestoken. Wat is dat een zielig zicht zeg. Dan hangt daar een draadje uit haar minuscule neusgaatje, vastgeplakt aan haar lief klein wangetje. Ik heb het nooit aangedurfd om te kijken hoe ze het steken, normaal ben ik daar niet schuw voor, maar mijn nieuwe moederhart kon dat niet aan. (nog steeds niet trouwens!) 

Deze diashow vereist JavaScript.

Het grote voordeel van de neonatale dienst…

Is dat de baby’s die daar terecht komen nauwlettend in de gaten gehouden worden. De routine testen voor een premature baby zijn veel uitgebreider dan die voor een ‘normale’ baby, waardoor naar ons gevoel echt ALLES getest werd. Elke dag was er precies iets nieuws getest en kregen we uitslagen te horen van testen waarvan we niet eens wisten waarvoor ze dienden (google draaide overuren!) en zolang die uitslagen negatief bleven, maakte ons dat ook niet veel uit…

… maar ze bleven niet negatief.

Ik geloof dat het de 2e of 3e dag was, dat we te horen kregen dat Clara een kleine ruis had aan haar hartje, maar dat ze ‘het zouden onderzoeken en in het oog zouden houden‘. Dan weer kregen we te horen dat er precies iets scheelde met een van haar pupillen, maar dat bleek vals alarm te zijn. Dan weer kregen we te horen dat haar poepgaatje te dicht bij haar ander gaatje stond en dat ze haar sluitspier moesten testen en dat we eens een afspraak zouden moeten maken bij een chirurg die dat zou kunnen verplaatsen. (Ocharme, het kind!)

De kinderdarts (die al lopend binnen kwam na mijn bevalling) voelde zich al schuldig en verontschuldigde zich verschillende keren dat ze ‘alweer met slecht nieuws kwam‘, maar Tom en ik zijn eigenlijk best positieve mensen en lachten het wat weg. Eerlijk gezegd had ik meer het gevoel dat het mijn schuld was, want IK heb haar gemaakt en dus heb IK al die foutjes geprogrammeerd. Alsof er nog niet genoeg fout gelopen was het laatste jaar, maar we probeerden positief te blijven.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het moeilijkste nieuws kwam de dag voor ik naar huis ging.

Er scheelde namelijk echt iets met Clara haar hartje.

Er is een klepje in het hart die open staat wanneer een baby in de buik leeft, want dan krijgt de baby zuurstof via de navelstreng. Na de geboorte zuigt de baby haar eigen longen vol met lucht, waardoor de bloedsomloop omschakelt. Door de druk die ontstaat, knalt dat klepje tussen de boezems dicht die vervolgens zou moeten vergroeien met het tussenschot. Het bloed kan dan niet meer van rechts naar links. Dit proces zou moeten gebeuren in de eerste 3 dagen na de geboorte, alleen gebeurde dat niet van Clara. Haar ‘ductus‘ bleef gewoon openstaan, waardoor er nog steeds te veel bloed naar haar longen liep.

Maar we moesten ons geen zorgen maken, dat gebeurde wel vaker bij prematuurtjes, al was dat meestal het geval bij de kleinere gevallen. Ze zouden medicatie opstarten waardoor dat klepje vanzelf zou toegroeien.

De dag erna…

…moest ik haar dus achterlaten in het ziekenhuis (ik was al een nachtje langer gebleven dan normaal), dus ben ik zoveel mogelijk bij haar gebleven die nacht. Je kon me met geen stokken weg krijgen bij haar couveuse, ook niet toen een nieuwe baby binnengebracht werd en ik het gevoel had dat ik die mensen hun privacy af nam. Ik moest en zou zoveel mogelijk van haar in me op nemen, zodat ik haar zeker niet vergat. Ik geloof dat dat voor mij de eerste keer was dat ik mij niets aantrok van alle mensen rondom mij en dat ik gewoon genoot van MIJN dochter. Lore, de vroedvrouw (die had 10 dagen na elkaar dienst en werd echt onze favoriet! ‘Wie is er van dienst?’ ‘Lore!’ ‘Yes’), begon mij al wat te kennen en kwam stilletjes vragen of ik geen stoel nodig had, of ik het niet erg vond om zo in een hoekje geduwd te zitten en of ze Clara niet in mijn tshirt moest steken voor me. ‘JA, GRAAG!’ (Dankje Lore )

Daar zat ik dan, in het donker, in een hoekje geduwd, op een stoel, met mijn dochter in mijn tshirt, te huilen. Huilen van verdriet dat ik haar moest achter laten, maar ook huilen van geluk, dat ik haar eindelijk echt bij mij voelde…

Vanaf ik thuis was,

kwamen Tom en ik 2 maal per dag naar het ziekenhuis, meestal probeerden we wat anders te doen tussen in, maar veel tijd was er niet. Tegen dat we klaar waren met haar verzorging en voeding (en dan moest ik nog kolven), was er al weer een uur of 2 gepasseerd en moesten we er een uur later al weer opnieuw staan voor de volgende voeding. En elke dag kregen we te horen dat het klepje toch weer een klein beetje beter klonk en dat de echo positief was.

Clara werd steeds sterker

En we begonnen al snel te hopen dat ze naar huis zou mogen. Ze dronk goed, was heel alert en kwam goed aan. Toen we de 8ste dag aankwamen, waren we zo blij dat er een echt bedje (Yes, daar is dat eerste doel!) klaarstond voor haar. Ze mocht eindelijk uit de couveuse, en we konden haar eindelijk gemakkelijker en vaker aanraken.

OEF!

Die avond vertrokken we vrolijk en uitbundig naar huis. Dat was voor mij de eerste avond dat ik echt rustig thuis kon zijn en mij niet constant bezorgd voelde. Even rust in mijn hoofd.

Deze diashow vereist JavaScript.

Maar de volgende ochtend, wanneer ik me klaarmaakte om opnieuw naar Clara te gaan, kreeg ik telefoon.

Ik zat op ons bed te kolven, mijn haar was nog nat van de douche en de gsm waarmee ik aan het spelen was rinkelde plots. Ik verschoot mij een hoedje en herkende onmiddellijk het nummer, die ik al zo vaak gebeld had om te vragen hoe het was met mijn meisje. Mijn gedachten sloegen op hol en even durfde ik niet op te nemen. Natuurlijk was ik net te laat en ik kreeg al snel een voicemail bericht. De kinderarts, half in paniek (of beeldde ik mij dat in?), of ik haar dringend kon terug bellen.

Ik riep snel Tom en hij hoorde de paniek in mijn stem en snelde naar de slaapkamer. Ondertussen was ik al aan het terug bellen en keek hij me vragend aan.

‘Hallo, met de Neonatale Dienst Sint Lucas Brugge.’
‘h-h-hallo, met Melanie de mama van Clara’
‘Momentje, ik geef de dokter door.’
‘Ah, Mevrouw.’ zei de stem van de kinderarts. Ik hoorde onmiddellijk dat iets niet goed zat, de spijt en het medelijden dropen er vanaf. Ik vreesde al het ergste.
‘Het gaat echt niet goed met Clara, ze is deze nacht erg achteruit gegaan en we gaan haar overplaatsen naar Az Sint Jan. Daar zijn chirurgen die haar kunnen helpen, wij zijn daar niet voor uitgerust. Ze zullen het klepje dringend chirurgisch moeten sluiten.’ Mijn adem stokt nog steeds als hier aan terug denk. ‘Kunnen jullie zo snel mogelijk komen? De ambulanciers zijn al onderweg!’

BAM. Weg hoop. Weg stem.

Ik weet niet meer hoe ik het gesprek afgesloten heb, ik herinner mij enkel het gevoel van pure wanhoop, paniek en pijn. Fysieke pijn, in mijn hoofd, in mijn keel en in mijn borstkas. En het beeld van Tom die maar half begrepen had wat er gebeurde, maar mijn ogen zag vullen met tranen. Ik vraag me af wat er toen in zijn hoofd omging….

Het vervolg lees je in ‘Clara en het grote ziekenhuis’ .